Posts tonen met het label parfum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label parfum. Alle posts tonen

vrijdag 29 januari 2010

Van parfuminderen en andere neologismen

Beste lezer, ik moet je iets bekennen. Ik ben schuldig. Schuldig aan het schaamteloos bevorderen van parfumeerderen. Mijn enige excuus is dat ik me tot gisterenavond laat van geen kwaad bewust was, en ik vraag dan ook nederig vergiffenis aan al diegenen die ik onbedoeld misleid heb.

De openbaring kwam in de vorm van een gewaarwordingscampagne van Neutral over de gevaren van roekeloze blootstelling aan parfum. Ik citeer Alex de Jong: "Om mensen bewust te maken van het aantal geparfumeerde producten dat ze dagelijks gebruiken, starten we de campagne Parfuminderen. We willen laten zien dat het parfumgebruik soms best iets minder kan. Dat blijkt ook uit het onderzoek: Nederlanders hebben geen idee hoe vaak ze in aanraking met parfum komen." Wij ongeïnformeerde Nederlanders mogen ons gelukkig prijzen dat we mogen delen in de wijsheid van A. De Jong en consorten! Zonder hun leiderschap - neen, sterker nog: klokkenluiderschap - van verborgen agenda's vrij, zouden we ten onder gaan aan onze schadelijke onwetendheid en ons slaafse vertrouwen in producenten van verzorgingsproducten.

Maar wacht! Dat is nog niet alles! De campagne verleent ons het ultieme hulpmiddel om meer inzicht te krijgen in de mate van geparfumeerdheid waarin wij ons wentelen: een actiesite, met parfumteller™! Al bij de eerste zin die ik op de site las, wist ik dat deze campagne voor niemand anders dan mij bedoeld was; de woorden zagen tot in het diepst van mijn hart.



De pontificaal in het midden geplaatste uitnodiging om mijn "parfum-momenten" per dag te laten berekenen kon ik dan ook niet afslaan, en aldus begon mijn pad naar de geparfuminderde verlichting.
Ter educatie (en als boetedoening voor mijn transgressies) zal ik mijn resultaten met de wereld delen:
Je gebruikt 10.7 keer per dag parfum.
Dat is 3910.7 keer per jaar!


Nederlandse vrouwen gebruiken gemiddeld 14 keer per dag parfum

Niet parfumeren, maar parfuminderen - zeggen we bij Neutral. Omdat je een heel gevoelige huid hebt bijvoorbeeld. Misschien wil je niet allemaal geuren door elkaar gebruiken, of je vindt bij sommige producten zo'n parfum gewoon niet nodig. Er zijn redenen genoeg om te parfuminderen. Zeker als je net hebt ontdekt dat je zelf zomaar 10 tot 14 keer per dag een geparfumeerd product gebruikt. Deo, shampoo, creme, zeep, noem maar op. Dus eentje minder is misschien best een goed idee.
De schrik sloeg me om het hart, kan ik je vertellen. Zulke rekenfouten zouden op het internet niet motten maggen, tenslotte. Dat terzijde zijn er inderdaad éindeloos veel redenen om te parfuminderen: zo zijn er de niet nader gespecificeerde gevaren van parfumgebruik, de antwoorden van duizend respondenten in een door Neutral betaald onderzoek zoals weergegeven in een persbericht van Neutral, de suggestie dat parfum überhaupt geen plaats heeft in bepaalde producten, en uiteraard de naamloze dreiging van allergie.

Mij rest dan nu slechts om nogmaals mijn welgemeende excuses aan te bieden aan wie zich mede door mij of dit blog in geparfumeerd gevaar heeft begeven. En ik wil van de gelegenheid gebruik maken om bij voorbaat mijn diensten aan te bieden aan de organisatie die de gevaren van diwaterstofmonoxide aan het licht wenst te brengen. Neutral, hier ligt een taak voor jullie!



zondag 25 oktober 2009

Ars Gratia Artis


Elke vorm van creatieve expressie loopt van kitsch via commercieel vatbaar naar “echte kunst”, wat dat dan ook moge betekenen*. Plak daar naar wens nog een superieure (sub)categorie aan vast in de vorm van conceptuele kunst. Traditioneel gesproken kijken de vernieuwers, de scheppers, de kunstenaars neer op de artisanale, verkoop-georiënteerde vaklieden, die weer minachtend doen over de Made in China-producenten die enkel aan derivatieve reproductie doen. Waar zij op neerkijken, wie zal het zeggen. Fabrikanten van toeristenrommel? Waarmee ik maar wil aangeven dat er binnen “de kunsten” van oudsher een strikte hiërarchie geldt, die meer gerelateerd is aan innovatie dan aan praktische toepasbaarheid. Ga maar na: meubelontwerp? Bepaalde ontwerpers plaatsen absoluut vorm boven functie, en uiteraard bungelt de Ikea onderaan de originaliteitsschaal in meubelland. In de mode zijn het de catwalks van Milaan en Parijs die de media-aandacht genereren, maar draagbaar? De prêt-a-porter vertaalt de ondraagbare concepten naar praktisch toepasbare kleding, waarna de H&M razendsnel de Chinese arbeiders aan het werk zet voor de massaproductie.** De parfumerie, als satelliet-industrie van de mode, voldoet aan grofweg dezelfde hiërarchische indeling, waarbij de conceptuele parfumerie de laatste jaren een hoge vlucht heeft genomen.

Het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam onderzoekt het conceptuele eind van het spectrum van zowel mode als parfumerie in de tentoonstelling Art of Fashion (nog tot 10 januari 2010 te zien), waar innovatief (daar heb je het woord weer) werk van grote namen als Walter van Beirendonck, Hussein Chalayan en Viktor & Rolf samengebracht is. De individuele stukken werken als functionele items voornamelijk op de lachspieren, maar zodra je jezelf toestaat om ze in museale context te plaatsen, blijkt dat er belangrijke parallellen zijn tussen deze modeontwerpers en “gewone” beeldende kunstenaars. Beiden gebruiken hun medium om achtereenvolgens kritiek te leveren op hun eigen industrie of lijn van werk, vorm en functie ter discussie te stellen, te shockeren of puur esthetiek na te streven – ze beperken zich zeker niet tot slechts jurken naaien. Dat ze daarbij af en toe hun doel voorbij schieten (zie: ondraagbare kleding – je vraagt je af waarom dan juist een normaliter draagbaar medium gekozen wordt) en zich schuldig maken aan navelstaren (hun kritiek is vaak slechts relevant voor mode-insiders) wordt door de organisatoren van de tentoonstelling schijnbaar niet opgepikt of belangrijk gevonden.

Het achterste hoekje van de tentoonstellingsruimte is gereserveerd voor de parfums, en ook hier is een selectie gemaakt die moet illustreren dat het concept in sommige gevallen belangrijker is dan de functie. We tellen de Fles Die Niet Open Kan, de Ode Aan Hebzucht, de Serie Afstotelijke Anti-Parfums en de Kritiek Op De Marketing. De keuze is zeker consistent met de rest van de tentoonstelling, en ik zal niet verraden welke voor degene die nog van plan is het Boijmans met een bezoekje te vereren.

Wat mijn persoonlijke mening over moderne beeldende kunst ook moge zijn, de tentoonstelling is leuk om een beter beeld te krijgen van enkele enfants terribles binnen de mode-industrie, die de oppervlakkigheid afwijzen ten gunste van een meer conceptuele aanpak.


*Ik weiger uitspraken doen over de aloude vraag “wat is kunst” omdat ik eerlijk gezegd geen zin heb om te verzanden in filosofisch geneuzel. Maar ik ben de kwaadste niet, dus voor de liefhebber van wespennesten: leef je uit.

**Als trouwe klant van zowel de H&M als de Ikea wil ik trouwens benadrukken dat de hierboven beschreven hiërarchie voornamelijk relevant is binnen de beroepsgroep, en niet zozeer voor de gemiddelde consument (tenzij die consument van snobisme zijn hobby maakt): ik heb tenslotte in de praktijk meer aan een winterjas die op hetzelfde aantal ledematen rekent als ik daadwerkelijk heb, hoe innovatief hij verder ook mag zijn. De moraal: high art en low art hebben beiden hun functie en plaats en het één is niet objectief “beter” dan het ander.


De tentoonstelling Art of Fashion: Installing Allusions loopt van 19 september 2009 tot 10 januari 2010 in het Museum Boijmans van Beuningen. Toegang €9, gratis op woensdagen en met Museumkaart.